De cocreatie van een leergroep

In de context van de start van een intensief leertraject voor leidinggevenden in de Federale Overheid komen 15 mensen 4 dagen residentieel samen. Het zijn 13 deelnemers en 2 begeleiders. Ze zitten allemaal samen in een cirkel. De eerste tien minuten geven de begeleiders het kader aan:

  1. De doelstellingen: een zelfsturende leergroep bouwen en jezelf ontdekken
  2. Een waardekader, waaronder eerlijkheid, bescheidenheid, tolerantie voor ambiguïteit, respect en gelijkwaardigheid, gedeelde verantwoordelijkheid, verschil durven maken, vertrouwen, …
  3. Gedragskader: aanwezigheid tijdens de sessies, directe communicatie en feedback geven, aftoetsen en exploreren, …
  4. Elke dag zijn er 5 sessies van anderhalf uur Dit kader wordt door de begeleider het kompas genoemd. En daarna is het aan de deelnemers. Er is geen verdere inhoud voorzien, geen oefeningen. Het is aan de deelnemers om zelf binnen dit kader met elkaar aan de slag te gaan.

Deelnemers gaan allereerst op zoek naar houvast. Als ze aan de begeleiders vragen naar structuur, dan verwijzen die terug naar het kompas als het kader, dat hen op dat moment nog vaag en abstract lijkt. Ze beseffen dat als ze meer structuur willen, ze die zelf moeten maken. Met een groep van 13 verschillende mensen tot een overeenkomst komen wat die structuur dan moet zijn, is geen gemakkelijke opgave. Thema’s oplijsten en achtereenvolgens bespreken? Oefeningen bedenken en uitvoeren?  Deelnemers grijpen terug naar wat hen vertrouwd is. Ook komen ze in ingesleten reactiepatronen terecht: initiatief nemen, zich profileren, protesteren, zich stilletjes op de achtergrond houden, filosoferen, voor gezelligheid zorgen, de rol van (derde) begeleider opnemen, … Ook dat geeft houvast en vertrouwdheid.

Gaandeweg, en in spiraalvormige bewegingen, verschuift het accent over de dagen heen van praten over een thema, over verhalen vertellen, over situaties daar, en dan naar de directe feedback vanuit wat wordt waargenomen in het hier en nu. Het gedrag van deelnemers wordt zo meer en meer voorwerp van gezamenlijk onderzoek vanuit een open geest en een open hart. Er komen (leer)spannende verschillen tussen mensen op de voorgrond. Deelnemers krijgen een spiegel voorgehouden en worden zelf bewuster van wat ze doen en ook wat er in hen omgaat, wat ze denken, wat ze voelen emotioneel en in hun lichaam, wat ze nodig hebben, ... Deelnemers voelen zich “heel” worden. “Ik voel de laatste dagen zo veel. Alles is zoveel intenser. Ik slaap er slecht van.”  Ze laten ook gaandeweg ingesleten reactiepatronen los: ze wagen zich en sparen elkaar minder en minder. Ze benoemen wat ze zien, denken en voelen, en durven zo het verschil maken.  Vertrouwde structuren vallen meer en meer weg en er ontstaat een “ongestructureerde structurering”, zoals één van de deelnemers opmerkt. Het leergebeuren wordt een “chaordisch” (chaotisch èn ordelijk) proces dat vorm krijgt in de ontmoeting tussen mensen vanuit de exploratie van wat zich aandient in het “hier en nu”.

“Dit is behoorlijk heftig wat er hier gebeurt. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.” Wat die 15 mensen meemaakten, is dat het “abstracte” kompas dat de begeleiders bij aanvang schetsten, tot leven is gekomen in de groep en heel concreet is geworden doordat mensen zichzelf en elkaar daarop zijn gaan aanspreken. De leergroep is geboren…

Sven De Weerdt